Koolrabi

Koolrabi (Brassica oleracea convar. acephala alef. var. gongylodes) is de knolvormig verdikte stengel van een koolplant en bestaat in een paarse en een lichtgroene variant. Uiterlijk en smaak: ronde knol, ongeveer zo groot als een tennisbal, bezet met steelaanzetten. NB. Hoe groter de knol, hoe vezeliger de schil. Smaak fris, koolachtig. Oogsttijd: juni tot november.

Tagged under:

Knolvenkel

Knolvenkel (Foeniculum vulgare) is de verdikte stengelvoet van de schermbloemige venkelplant. Uiterlijk en smaak: de knol wordt gevormd door de gegroefde bladvoeten. De smaak is anijsachtig. Oogsttijd: juli tot november Bereiding: rauw, gekookt of bijvoorbeeld gegratineerd.

Tagged under: ,

Klaverzuring

Klaverzuring (Oxalis acetosella) is een inheemse wilde plant die oxaalzuur bevat (net als rabarber). Uiterlijk en smaak: klaverzuring heeft aan elk steeltje drie hartvormige blaadjes. De smaak is zurig. Oogsttijd: maart – juni Bereiding: als toevoeging aan salades of in sausen. NB. Gebruik kleine hoeveelheden; veel oxaalzuur is niet gezond.

Tagged under:

Bindsla, Romeinse sla

Bindsla of Romeinse sla (Lactuca sativa var. longifolia, Lactuca sativa var. romana) Uiterlijk en smaak: smalle, langwerpige, tamelijk vaste krop met een geel hart. Het blad is wat geplooid en min of meer gaafrandig. De smaak is neutraal. Oogsttijd: mei tot oktober Bereiding: als rauwkost, gekookt of gestoomd

Tagged under: ,

Spitskool

Spitskool (Brassica oleracea convar. capitata var. alba of var. sabauda) is een spitse variant van de witte kool of soms van de savooiekool. Uiterlijk en smaak: bijna kegelvormige kool met een zacht smaak. Oogsttijd: juni tot en met november Bereiding: veel mogelijkheden: rauw, gekookt, gestoofd, gewokt, in stamppot.

Tagged under:

Krulsla

Krulsla (Lactuca sativa L. var. crispa syn. Var. acephala) is een variant van de kropsla die groeit in een open wortelrozet en geen krop vormt. Er is rode en groene krulsla op de markt. Niet te verwarren met lollo bionda en –rossa of eikenbladsla. Uiterlijk en smaak: een slasoort met diep ingesneden krullerig blad die

Tagged under: ,

Radijs

Radijs (Raphanus sativus subsp. sativus) is de ondergrondse opgezwollen stengel (geen wortel!) van een koolachtige plant. Uiterlijk en smaak: radijsjes zijn rond tot langwerpig ovaal; van buiten rood, paars en/of wit, van binnen doorgaans wit. De smaak is vaak scherp, enigszins peperachtig. Oogsttijd: half maart tot half oktober Bereiding: radijs wordt doorgaans rauw gegeten, bijvoorbeeld

Tagged under:

Knolselderij

Knolselderij (Apium graveolens var. rapaceum) is een variant van de selderij (een schermbloemige) die gekweekt wordt om de half-bovengronds groeiende knol. Uiterlijk en smaak: ronde tot langwerpige grauwwitte knol (soms nog met het loof eraan). De smaak is karakteristiek en past goed in soepen en stoofschotels. Oogsttijd: oktober en november Bereiding: schillen en eventuele verkleuringen

Tagged under:

Veldsla

Veldsla (Valerianella locusta) behoort tot de kamperfoelie-familie. Uiterlijk en smaak: rozetten van stevige, gaafrandige blaadjes met een neutrale tot nootachtige smaak. Oogsttijd:

Tagged under:

Roodlof

Roodlof of radecchio rosso (Cichorium intybus var. foliosum) is een slasoort, verwant aan witlof en andijvie. Uiterlijk en smaak:

Tagged under: ,

Pastinaak

Pastinaak (Pastinaca sativa) is de wortel van een schermbloemige plant. Uiterlijk en smaak: 20 cm lange crèmewitte wortel met een licht-zoete smaak. Oogsttijd: de hele winter Bereiding: als rauwkost: schaven of raspen; gekookt als ingrediënt van soep of hutspot; gefrituurde schijfjes lijken op aardappelchips.

Tagged under:

Kievietsboon

Kievitsboon (Phaseolus vulgaris Borlotti) is een gevlekte boon die groeit aan een sterk klimmende bonenplant met rode bloemen. Uiterlijk en smaak: lichtbruine bonen met vlekjes; na koken egaal bruin. De smaak lijkt op bruine bonen, maar iets minder melig. Oogsttijd: juli tot oktober Bereiding: gedroogde bonen eerst een nacht weken, verse bonen alleen ca. 15

Tagged under:

Aardpeer

Aardpeer (Helianthus tuberosus) is de wortelknol van een hoge zonnebloemachtige plant. Uiterlijk en smaak: grillige knollen van ca. 8 cm. Jong zijn ze crèmekleurig, later worden ze bruin of paars. De smaak is rauw nootachtig, gekookt als artisjok. Oogsttijd: van september tot in het voorjaar. Bereiding: als rauwkost: schillen en raspen als toevoeging aan salade;

Tagged under:

Groenten

TOP